Een pittig gesprek met Daphne Deckers over het moederschap
Flair, 2005

Flair-columniste Suzanne Rethans – niet bekend om haar fijnsnaarig moederinstinct - in gesprek met Telegraaf-columniste, schrijfster en moeder der moeders Daphne Deckers. Over het moederschap, hoe kan het ook anders. Goed versus kwaad. Verantwoord versus ontaard. Dominee versus duivelin? Of valt dat allemaal wel mee?


 


Van voetstuk gevallen


S: Het voelt wel raar...


D: Wat?


S: Nou, om naast de übermoeder van Nederland te zitten. Straks kom ik hier helemaal geknakt vandaan en voel ik me vreselijk slecht en ontaard...


D: Nou, dat valt wel mee hoor, mijn boeken gaan er juist over dat niemand de perfecte moeder is.


S: Ben je nou van je voetstuk gevallen door die lolly-affaire?


D: Welk voetstuk? De Consumentenbond was niet blij met die Chupa-Chups-commercial, nee. Maar dat je daarover begint... Die commercial heeft twaalf maanden geleden drie weken gedraaid!


S: Zelf destijds nooit gedacht: ‘t is misschien niet zo handig?


D: Ja, achteraf wel. Maar weet je, in heel Europa heeft zonder problemen zo’n zelfde commercial gedraaid. Ook in Nederland draait hij weer, alleen nu zonder mij. Ik was blijkbaar de steen des aanstoots.


S: En dat begrijp je niet?


D: Nee, eigenlijk vind ik het raar.


S: Nou ja, we leven in een tijd waarin 1 op de 7 kinderen te dik is en dan gaat ons pedagogisch wonder lolly’s aanprijzen alsof het allemaal niets is.


D: Ik bén geen pedagogisch wonder, dat blijkt wel weer. En dik worden ze niet van die ene lolly, maar omdat kinderen te weinig bewegen. De Consumentenbond heeft ook géén gelijk gekregen van de Reclame Code Commissie, maar desondanks had ik beter na moeten denken over mijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. Want al voel ik me totaal geen moedericoon en laat ik in mijn boeken al mijn twijfels en onzekerheden zien - ik ben het blijkbaar wel.


 


Pedagoochelen


S: Je doet ook maar wat...


D: Pedagoochelen, dat vind ik wel een goed woord voor wat je als ouder aan het doen bent, het wordt dan ook de titel van mijn nieuwe boek. Elke keer als je denkt te weten hoe iets werkt, kom je weer in een nieuwe fase, of krijg je er een kind bij dat heel anders reageert. Als ouder moet je steeds weer dat nieuwe konijn uit die hoge hoed toveren, steeds weer iets anders bedenken.


S: Dan vind je het vast goed dat die opvoedprogramma’s tegenwoordig zo populair zijn.


D: Integendeel. Al die programma’s tegenwoordig, van Eerste Hulp bij Opvoeden, tot Schatjes en de Opvoedpolitie hebben maar één boodschap: opvoeden is hartstikke moeilijk en ouders bakken er niets van. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Tuurlijk is het moeilijk. Je gaat met je hond nog naar een puppycursus en dan zou je het opvoeden van een kind van nature moeten kunnen? Nee, dat is gewoon een kwestie van vallen en opstaan, wat werkt wel wat werkt niet. Maar wat nu de ouders wordt aangepraat, dat ze er niets van begrijpen en dat er een ‘stout krukje’ aan te pas moet komen, vind ik overdreven en maakt ouders alleen maar onzeker. Opvoeden is moeilijk, maar niet zó moeilijk als de media ons willen doen geloven. De generatie van mijn moeder dacht niet over opvoeden na, maar die had hele duidelijke regels en zo moest het. Daarna zijn we in verwarring geraakt, vooral doordat iedereen zo met zichzelf bezig is. Je wilt het anders doen dan je ouders, maar eigenlijk komen we erachter dat dat helemaal zo slecht niet was. Al die opvoedboeken komen eigenlijk op maar één ding neer: rust en regelmaat. Als je dat in je huis voor elkaar krijgt, hoef je al die programma’s niet te kijken.


S: Ja, maar die regelmaat moet je ook leren. Als je nog geen kinderen hebt, heb je geen regelmaat in je leven. Je eet dan eens om zes uur, dan om acht, het maakt allemaal geen donder uit. Toen Mees een baby was, sleepte ik hem nog overal mee naartoe. Of hij nou lag te slapen of niet, ik pakte hem gewoon op en nam hem mee. Dat zou ik bij Tijl niet meer in mijn hoofd halen. Zijn slaapjes zijn heilig, daar bouw ik mijn dag omheen. En niet omdat ik mezelf nou zo graag opoffer, nee, als ik het niet doe, krijg ik daar de rekening van gepresenteerd. Die eerste leert jou om moeder te zijn.


D: En ook om minder gespannen te zijn. Bij de eerste speelde de babyfoon nog een belangrijke rol in ons leven. Bij de tweede ging hij stuk en heb ik niet eens meer een nieuwe gekocht. Nou heb ik wel hele makkelijke kinderen, ik denk doordat ik vanaf het begin af aan redelijk strikt ben geweest. Ik ben zelf behoorlijk streng opgevoed, met name door mijn moeder. Ik moest op tijd thuis zijn en op tijd opstaan, ik moest thuis meehelpen en doen wat mijn moeder zei. Mijn moeder heeft dat overwicht nog steeds. Ze past vaak op de kinderen en zodra oma Miep binnenkomt staan ze recht en in het gelid. En het is niet zo dat ze dat niet leuk vinden. Kinderen houden van die grenzen, want kinderen hebben zelf geen grenzen. Jij moet die grenzen aangeven en dat wil je niet, want die kinderen zijn zo schattig en je gunt ze alles. Het is veel makkelijker om toe te geven.


 


Ook Daphne heeft pedagogische missers 


S: Heb je weleens pedagogische missers gemaakt?


D: Ik heb mijn dochter een keer zover gekregen dat ze iets bekende wat ze niet had gedaan. Daar was iets aan vooraf gegaan. Alec had Emma’s favoriete knuffel in de wc gegooid en vanaf dat moment zat Emma erop te loeren zijn knuffel iets aan te doen. En op een gegeven moment was zijn knuffel ook echt kwijt. Ik wist zeker dat zij erachter zat. Ben met haar aan de keukentafel gaan zitten en heb een goed gesprek gehad over het belang van de waarheid vertellen. ‘Zeg het nou maar gewoon,’ zei ik tenslotte. ‘Jij hebt die knuffel ergens verstopt, zeg het!’ En toen gaf ze het, helemaal in tranen, toe. Later vonden we die knuffel bij mijn moeder in het fietsenhok, die had Alec daar zelf laten vallen. Toen dacht ik: oké, zo ver kan ik dus gaan...


Kinderen schrikken zo als je boos op ze wordt. Penelope Leach, een Amerikaanse opvoedgoeroe, heeft ooit gezegd dat als je je kinderen slaat of tegen ze schreeuwt dat voor hen net zo schokkend is als dat je gebeten wordt door je lievelingshond. Toen Alec die knuffel van Emma in de wc had gegooid, ging ik zo uit m’n dak dat hij van schrik in zijn broek plaste. Je weet altijd dat je niet moet schreeuwen, maar toen zag ik ook waarom je het niet moet doen. Het is ook zo’n slecht voorbeeld als je uit je tent gaat, want zij gaan ook schreeuwen, denken dat het normaal is.


S: Ik schreeuw ook en Mees wordt inderdaad steeds lichter ontvlambaar...


D: Omdat jij het ook bent. Emoties zijn besmettelijk, daar moet je je als moeder van bewust zijn.


S: Ja, maar emoties heb je ook niet altijd in de hand. Ik kan daarna wel denken: oh, wat vreselijk dat ik zo tekeer ben gegaan, maar op het moment zelf kan ik het niet stoppen.


D: Dan moet je dat zeggen tegen je kinderen. Dat je zelf ook niet alles onder controle hebt en dat moeders ook fouten kunnen maken. Wat heel erg goed helpt: moet je eens aan je kinderen vragen: ‘Stel je voor dat jij nou moeder was en jouw kind gedroeg zich zoals jij je net hebt gedragen’. Nou, wat er dan uitkomt... Die kinderen runnen een strafkamp in hun hoofd. Zonder eten naar bed is nog de meest schappelijke sanctie.


S: Als ze met vriendjes in een spel zitten, zijn ze ook hartstikke autoritair en gewelddadig...


D: Daarom reageren ze ook niet op autoriteit, maar wel op regels.... Stel je voor dat je het verkeer inmoest en er waren iedere dag andere verkeersregels. Daar word je als automobilist toch hartstikke onzeker van? 


 


Oh, chips!


S: Dominee Deckers...


D: In het dagelijks leven vloek ik wel eens, zeg ik wel ‘godver’, ‘fuck’ en ‘shit’. Maar niet waar de kinderen bij zijn. Mijn kinderen zijn ook zulke dominees. Vanmorgen besprak ik met Richard een blessure van zijn zusje en ik zei ‘shit’, nou, de kinderen kwamen meteen in opstand. ‘Nee, ik zei chips’, probeerde ik nog.


S: Oh nee, jij bent toch niet zo’n moeder die ‘chips’ roept als ze d’r teen stoot, hè?


D: Nee, ik zeg helemaal niks. Maar als er dan een keer ‘shit’ uitfloept zoals vanmorgen, zeggen zij meteen dat ik ‘chips’ had moeten zeggen.


S: Je hebt gelijk: het is goed om vloekwoorden in te houden. Ik neem het me ook elke dag voor...


D: Dat is die beheersing die je op moet kunnen brengen. Ik kan helemaal uit m’n dak gaan, maar niet waar de kinderen bij zijn. Nou ja, toen die ene keer, dat mijn zoon ook meteen in zijn broek plaste. Dan weet ik meteen dat ik dat echt niet moet doen.


S: Nee, maar ze zijn het bij jou natuurlijk ook niet gewend. Als je dan een keer uitvalt schrikken ze meteen. Die van mij kijken niet meer op of om.


D: Ik hoop dat je weet wat je nu zegt.


 


Dromen opdringen 


S: Wat gaan jouw kinderen jou later voor de voeten werpen?


D: Ja, ik heb wel een gevoel welke kant dat opgaat. Ik moet heel erg opletten dat ik de dromen die ik voor mijn kinderen heb, niet teveel opdring. Onze zoon heeft een groot talent voor tennis en hij vindt het nu nog heel erg leuk, maar hij moet dat zelf gaan willen anders krijg je daar onherroepelijk mot over. Emma zegt dat ze later schrijver wil worden. Zou ik natuurlijk geweldig vinden, maar is dat nou een droom die ik bij haar heb geïmplanteerd of is dat iets wat ze zelf wil?


S: Wat vind jij dat andere moeders anders doen?


D: Nou, het valt me op dat kinderen zo snel alleen op straat spelen. Wij hebben een groot hek om de tuin, dus de kinderen spelen wel buiten, maar in de tuin. Maar alle kinderen uit de klas spelen echt buiten buiten. Dus als zij ergens gaan spelen, heb ik daar best moeite mee, want dan weet ik dat ze buiten rondstruinen. Nou wonen we wel in een dorp, maar toch...


S: Je dochter is 7...


D: Ja, nou ja, ik heb daar gewoon moeite mee. Ik maak me dan zorgen om het verkeer, om grote kinderen, om gevaarlijke spelletjes… Het verbaast me dat andere moeders daar zo makkelijk in zijn.


S: Mees speelde toen hij 3 was al alleen buiten. Toen ging ik wel veel kijken, maar nu is hij 5 en loopt hij gewoon in en uit. We hebben een duidelijk afgebakend gebied voor de deur en hij weet van waar tot waar hij mag komen. En die regel geldt voor alle kindjes in de straat en daar houden ze zich ook aan.


D: Maar ben jij dan niet bang voor pedofielen ofzo? Bij ons in het dorp heeft er al twee keer iemand geprobeerd kinderen mee te nemen.


S: Ja, natuurlijk gaat dat wel eens door mijn hoofd, maar als een volwassene echt kwaad wil, kun je je kind daar niet tegen beschermen. Tenzij je er bovenop zit, maar dat wil ik niet, ik wil hem de vrijheid geven lekker rond te struinen met zijn vriendjes en in bomen te klimmen en boomhutten te maken.


D: Ja, ik weet dat meer ouders dat doen en het is ook echt mijn persoonlijke hangup, maar ik zit niet rustig als de kinderen buiten op straat lopen. Terwijl ik zelf als kind wel altijd buiten heb gespeeld en wat we toen allemaal uithaalden daar op het platteland. De jongens deden wedstrijdjes wie het langst tegen het schrikdraad kon pissen en wij gingen de wei in en schoten pijltjes op stieren en dan was het de sport om weer op tijd bij dat hek terug te komen. Hartstikke gevaarlijk natuurlijk.


S: Maar het zijn waarschijnlijk wel je leukste jeugdherinneringen...


D: Ja zeker, maar toch kan ik het niet laten. Al mogen al Emma’s klasgenootjes alleen buitenspelen, zij mag dat niet.


 


Ieder kind een verbeterde versie 


D: Het leven verandert met kinderen, maar het is net als met Windows 1.0, 2.0 en 3.0, het is wel iedere keer een verbeterde versie. Ja, ik heb er dingen voor op moeten geven. Ik had net een rolletje in James Bond, was weliswaar een heel klein rolletje, maar ik had daardoor een agent, ik was met acteerlessen bezig, kreeg ook audities aangeboden vanuit Amerika. Toen werd ik zwanger en hield dat op. Nou ja, misschien werd het ook wel tijd voor volwassen dromen. Maar het is helemaal niet zo dat je leven voorbij is als je kinderen hebt.


S: Nee, het is ook meer dat je je leven van daarvoor anders gaat zien en waarderen. Met name de tijd en vrijheid die je voor jezelf had, wordt opeens een utopie, terwijl je er toen helemaal niet zo’n waarde aan hechtte, omdat het normaal was.


D: Eigenlijk heb je alleen die eerste jaren, als de kinderen nog klein zijn, het gevoel dat het nooit meer goed komt. Als je net bevallen bent en je zet een spiegel tussen je benen en ziet daar die ontplofte egel, denk je ook: dit komt nooit meer goed. Maar de waterleiding deukt weer uit. M’n buik leek na de bevalling wel golfkarton, maar ook dat ziet er weer goed uit.


S: Je buik ook?


D: Ja, zie je niks meer van. Ik heb geen striae, helemaal niks. Na de eerste dacht ik nog dat ik mazzel had en na de tweede volledig geruïneerd zou zijn, maar nee. Alleen m’n borsten zijn nooit meer naar de goede vorm teruggeschoten. Het zijn net leeggelopen ballonnetjes. Ze herinneren vaag nog aan iets feestelijks, maar de spanning is er allang af.


S: Vind je dat erg?


D: Ik ben er niet blij mee. In die blije zwangerschapsboekjes lees je dat het een fabeltje is en dat je borsten weer net als vroeger worden, nou, echt niet. Zodra de melkklieren zijn opgedroogd, hou je twee van die pedaalemmerzakken over. En ik ben toch wel ijdel. Maar ja, ik ben ook een schijtert. Ik durf niet aan de botox, ik heb nu wel een beugel, maar jackets zijn mij net een brug te ver en een borstlift zit er ook niet in, hoe graag ik ook zou willen. Dan kijk ik naar foto’s van de ingreep op internet en dan denk ik: waarom zou ik in twee gezonde borsten laten snijden? Ik ben al aan de man en met een leuke push-up bh kom je ook een heel eind.


 


Socialer door de kinderen


S: Ben jij persoonlijk veranderd door de kinderen?


D: Ik ben veel geduldiger, socialer, doe meer voor goede doelen, ben me in gaan zetten voor minder bedeelde kinderen. Vroeger had ik niet zo’n geduld voor kinderen, ik had het te druk met mezelf. Nu weet ik hoe kwetsbaar kinderen zijn. Je moet ermee in aanraking komen en dan gaat je hart ook open. Het is alsof je moeder wordt van heel veel kinderen. Vroeger vloog ik heel de wereld over en als er dan iemand het vliegtuig binnenkwam met een baby dacht ik: ik word gek, niet naast mij! En dan ging het huilen en dacht ik: heb ik weer, acht uur naar New York. Terwijl als er nu een moeder binnenkomt met een baby, een maxi cosi en een luiertas, zeg ik: ‘Geef maar even’.


S: Ik vind andere kinderen ook leuker. Vroeger vond ik geen enkel kind leuk, nu straalt dat moedergevoel op andere kinderen af. Ja, ik vind het wel een enorme verrijking van mijn gevoelsleven. Vanaf het moment dat Mees geboren was kwam er een heel arsenaal aan gevoelens en emoties boven waarvan ik het bestaan niet kende.


D: En die leer je ook niet kennen zonder kinderen. Het is een soort bron die je aanboort in jezelf.


S: Als ik nooit kinderen had gehad, had ik nooit deze manier van houden van leren kennen, die zoveel dieper gaat dan wat dan ook.


D: Het krijgen van kinderen betekent definitief dat je zelf geen kind meer bent en ook nooit meer kan zijn. Zolang je geen kinderen hebt, hou je toch altijd iets kinderlijks; je bent alleen met jezelf bezig. Als je aan mensen zonder kinderen vraagt waarom ze geen kinderen hebben, worden ze altijd eerst heel boos, zo van: waarom moet ik dat verantwoorden? En zeggen dan: ‘Ik wil nog zoveel reizen, ik wil nog zoveel doen, ik wil nog zus en ik wil nog zo’. Maar dat kán ook allemaal. Je sterft niet als je een kind krijgt, je wordt juist opnieuw geboren. Ik heb gemerkt dat er niks leukers is dan van ik wij te maken, om iemand in je leven te krijgen die belangrijker is dan wat ook. Ik denk dat het voor je groei als mens, voor je karma, heel zinvol is om die hele loop van het leven mee te maken. Van kind naar volwassene, van volwassene naar ouder, van ouder naar grootouder. Want ook dat lijkt me een geweldige fase. Wel dat kleine hummeltje, maar zonder gedoe. Echt top!


S: Amen.